Hoofdtekst
Den hellejongen dat was ne jongen waarmee dat zijn vader last had; "’k Ga je verkopen aan den duivel", zei die vader altijd. De jongen kwam nen here tegen op ne keer als hij in de bos was. Dien here zegt: "Zoudt gij in ’t werk niet komen bij mij? Ik ben den duivel". Die jongen was akkoord en hij verhuurde zich voor één jaar. Als hij achter een jaar werekeerde vertelde hij dat hij daar in d’helle nen nonkel, een tante, ne gebuur… gezien had.
Beschrijving
Een vader die veel last had met zijn zoon, sprak op een dag tot de jongen: "Ik ga je laten werken voor de duivel!"
Op een dag kwam de jongen in het bos een heer tegen, die zei: "Zou jij niet bij mij willen komen werken? Ik ben de duivel". De jongen trad voor een jaar in dienst bij de duivel.
Na afloop van dat jaar vertelde hij aan zijn vader dat hij in de hel een oom, een tante en een buuran had gezien.
Op een dag kwam de jongen in het bos een heer tegen, die zei: "Zou jij niet bij mij willen komen werken? Ik ben de duivel". De jongen trad voor een jaar in dienst bij de duivel.
Na afloop van dat jaar vertelde hij aan zijn vader dat hij in de hel een oom, een tante en een buuran had gezien.
Bron
W. Van Houcke, Leuven, 1970
Commentaar
3.1 Duivels
west-vlaams (houtland)
699
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Koekelare   
