Hoofdtekst
27 I -dat kunt ge niet, onze René en mijn vader hé die ôn (hadden -> waren) naar ‘t Hof te Wassenhove geweest met een koe naar de stier, thuns(toen) die tijd stieren en dat was dat dalbaantje omhoog en hij ôt (had) ginder laten zijn portefeuille liggenII -Uw René?27 -Ja, mijn vader, maar onze René was daarbij voor die koe voor te helpen, ah, zegt ze mijn moeder, “Ah teur (toe) René mannetje” zegt ze, “ga achter die portefeuille.” ah ja, om te weten of dat hij ze op dat vuil baantje daar tot aan de Dal, tot waar dat het thuns (dan) redelijk was, als ze ginder ligt is het goed, maar ja, zijt ge ze verloren, dat gaat ge niet meer vinden in den (het) donker hé. Bon, onze René ginder naartoe, ah ja, maar ze was daar, kwam hij thuns (dan) naar huis en ‘t was middernacht eer dat die weer thuis geraakt was!II -Zijn baan niet meer vinden?27 -Zijn baan niet meer vinden! Ja, en d’er is nog niet, hij is hij gestorven en hij weet nog niet hoe dat dat kan opgelost worden.II -En hoe oud is hij?27 -Hij is hij dood hé!II -Ah ja, maar hoe oud was hij thuns (dan)?27 -Als hij gestorven is?II -Nee, nee, als dat gebeurd is.27 -Aiaiaiai, jong, zo een ventje van 16, 17 jaar en ôt ‘n ( en was) mijn vader hem niet tegengegaan met een zaklamp hij geraakte van leven niet thuis, hij kwam altijd op dat zelfde punt uit, temidden van de kouters en waar dat hij stapte of liep of ging,ze zeiden zij ook dat dat van de maan gereden was.II -of van den dalf geleid zeggen ze ook, hé.27 -Van den dalf geleid.II -Den dalf van wat zou dat komen?I -Wel, dalf, die eerste informant, die heeft dat opgezocht hé, die Petit en dat komt van Alf en dat zou ieverans een geest zijn, ja, een kwaadaardige ook die zo d’er zijn plezier in schept van ...27 -Ziet ge het, ‘t moet toch ...II -Maar ôt (was) jullie René ouder geweest ik zou gezegd hebben: hij heeft te lang in de cafés gezeten, maar d’er waren daar geen cafés hé.27 -Oei, oei, oei, godverdomme, ôt (was) hij twintig jaar geweest het zou geen waar geweest hebben ook ze (hoor)! Hij ôt (had) ...II -Maar d’er was daar niets, ‘t was daar allemaal verlaten hé, dus ‘t kan al 27 -Aiaia, jong en een jaar of zestien!II -Maar ik meende dat dat een uitvucht was, dat ze zeiden tegen hun vrouw: “Ja, ik ben niet thuis geraakt, ik ben van den dalf geleid.”27 -Nee, nee. Want die mijn vader en mijn moeder...(Mijn vader laat de informante niet uitspreken.)II -Want mijn grootvader, mijn moeder haar vader hé die zei een keer dat hij op een mes (weide) een draaiboom binnengegaan was en hij geraakte van die mes niet meer zei hij, hij was ook van den dalf geleid. Hij geraakte er niet meer af, van die mes. Maar ik peins dat hij zal te lang in de cafés gezeten hebben dat hij zal gezegd hebben als uitvlucht, maar ja als jullie René thuns (toen) nog maar zo oud was.27 -Oei, oei, oei, nee jong, veertien, vijftien jaar, misschien zestien, ‘t hoogste!II -Ja, dan kan het dat niet zijn, hé.27 -Jamaar, daar moest ge hem niet van spreken ze (hoor) man!I -En denkt ge dat dat waar is, wat dat er zo?27 -Ah iets dat ge zo ondervindt, maar dat was juist ze (hoor) van hem! Dat was juist ze (hoor).
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
Een man die zijn koe op een boerderij was gaan laten dekken, stelde bij zijn thuiskomst vast dat hij zijn portefeuille verloren was. De man ging in het donker opnieuw op pad om zijn portefeuille te zoeken. Hij vond de portefeuille al snel, maar raakte verdwaald op zijn weg naar huis. Als zijn vader hem niet met een zaklamp tegemoet was gekomen, dan zou hij niet thuis zijn geraakt. De man was door de maan bereden of ‘van de alf geleid’.
Bron
C. De Winne, Leuven, 1999
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (groot-zottegem)
27I
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Grotenberge   
