Hoofdtekst
Letje uit Zand kwam van een dringende booschap in 't najaar van Maaseik naar Opoeteren. Hij wou zijn familie nog gaan bezoeken hier . Hij bleef hier nogal lang plakken. Er werd dan nog over van alles gesproken en zo was 't laat geworden in den avond. En toen vertrok Letje dan. De klok in de kerktoren sloeg toen half twaalf. Er was en heldere maan. En Letje kwam nogal vlug buiten de huizen. En zo kwam hij aan 't bos bij de kattebeek. En toen kreeg hij toch een beetje schrik want hij had een aardig voorgevoelen. En toen hoorde hij 't twaalf uur slagen. En dan komt er plots iets recht op hem af: 't is geen dier maar ook geine mens. Voor dat hij van de verbauerering bekomen is, zit 't hem op de rug. Hij kon de haren langs zijn gezicht voelen. Letje wou een kruisteken maken, maar dat lukte hem niet. Het was precies of de weerwolf dat wou verhinderen, want hij duwde Letjes handen naar beneden en de weerwolf bromde geweldig. Letje dacht dat 't zijne laatste nacht was. En stilaan geraakte Letje totaal uitgeput. Letje liep van rechts naar links over de hei. Het zweet liep Letje over 't gezicht en 't beest zieverde hem vol. Letje begost toen te bidden en toen viel Letje iets in. Hij pakte voorzichtig zijn zakmes uit zijn broekzak en opende 't met één hand en toen trof hij de weerwolf recht voor het voorhoofd en Letje zag een straaltje bloed. En toen zag Letje dat de weerwolf stilaan veranderde in ne mens . En toen stond er voor Letje ne mens die hij zo goed kende as zijn geldzak. En die smeekte hem niet te verraden onder de mensen en Lei beloofde 't op voorwaarde dat 't met die toeren gedaan zou zijn. En die mens is toen naar de paters geweest en die hebben hem er vanaf geholpen.
Onderwerp
SINSAG 0801 - Werwolf lässt sich tragen.   
SINSAG 0822 - Werwolf getroffen (geschlagen) nimmt wieder menschliche Gestalt an (und ist erlöst oder stirbt).   
Beschrijving
Omstreeks half twaalf wandelde Letje uit Zand in het licht van de volle maan van Maaseik naar Opoeteren. Toen Letje om klokslag middernacht de kattebeek bij het bos bereikte, sprong er plots een harig beest op zijn rug. Letje moest de kwijlende weerwolf dragen tot hij buiten adem raakte. Op dat moment kreeg Letje de kans om de weerwolf met zijn zakmes te snijden. Omdat de weerwolf bloedde, veranderde hij in een mens. De man smeekte Letje, die hem onmiddellijk had herkend, om hem niet te verraden. Letje gaf toe, op voorwaarde dat de man met dergelijke streken zou ophouden. De weerwolf is naar de paters geweest, die hem van zijn probleem hebben verlost.
Bron
T. Daniëls, Leuven, 1965
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (weert en omstreken)
fabulaat
Dit verhaal werd door de verteller opgeschreven onder de vorm van een artikel. De verteller had het verhaal gehoord van de man die de gebeurtenissen zelf had meegemaakt.
Naam Overig in Tekst
Letje   
kattebeek (tussen Maaseik en Opoeteren)   
Naam Locatie in Tekst
Ophoven   
Plaats van Handelen
Maaseik   
Zand   
Opoeteren   
