Hoofdtekst
Ik hee het nog geweten dat het brandde in een huus ip de Kapelhoek en ’t kwam doa nen priester mo je wos niet van olhier en je zei doa een gebed en je dei de wind droaien.
Beschrijving
Toen op de Kapelhoek een huis in brand stond, kwam er net een pastoor uit een ander dorp voorbij. De geestelijke zegde en gebed, waardoor de wind draaide.
Bron
H. Van Wassenhove, Leuven, 1967
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (groot-roeselare)
286
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Beveren   
Plaats van Handelen
Kapelhoek (Ardooie?)   
