Hoofdtekst
Dat heeft mij ene van Opglabbeek verteld. Die werkte in Eisden en hij moest van Opglabbeek uit altijd door de bossen, en dikwijls 's avonds laat. En altijd kwam hij een kat of een oud wijf tegen. Hij zei altijd tegen mij: 'Als ge zo 's nachts iets tegenkomt, hou er altijd uw duimen van af, jong. Want, tussen twaalf en één zijn alle heksen op de been.' Dat was altijd op één en dezelfde plaats dat hem dat gebeurde. Dan zaten er wel honderdduizend eksters te schetteren en te lawijten. En als hij dan neven zich keek, dan zag hij daar 'ne schijn van een oud wiefke, maar er was gene kop aan. En dat was altijd ongeveer bij hem. Daar had hem iemand gezegd: 'Ge moet eens 'ne geestelijke aanspreken.' In Opglabbeek was toen nog gene pastoor, alleen maar 'ne kapelaan, want Opglabbeek hoorde toen nog onder As. En die had 'nen trommelrevolver bij zich: 'Als het nog eens kom'', zegt hij, 'dan schiet ik dat dink dat het rolt.' En 's avonds was het weer hetzelfde. Hij schoot... zes schoten, en genen ene eruit. Dat ook verteld... ' Dat hadt ge niet mogen doen', zegden ze. Hij gong naar de kapelaan en hij vertelde hem dat . 'Och', zei de kapelaan, 'dat meent ge maar, dat is allemaal inbeelding.' ''t Is wel', zei hij , 'en gij kunt mij helpen, gij moet mij de kogels op mijne revolver helpen, en als gij het niet doet, dan ga ik ergens anders.' Hij wou daar maar eens op kunnen schieten en hij wou perfors dat de kapelaan hem de kartoesjen zegende. Maar ... hij zegende er maar één.En dezelfde nacht probeerde hij. Hij had ze weer bij zich. En waar die langs door moest, daar was het eerst bos en dan was dat vlak. Hij was bekans op de kant van de bos en hij zei: 'Als ge dan nog bij me zijt, rijt ik er u ene.' Hij trok en hij hoorde en geruis, juist een helle wind ... En daarmee stond het wiefke naast hem: 'Goeien avond. Ge zijt nog laat op de been.' Maar hij zei niks. Hij kende ze, want het was een oud wiefke, zijn naaste gebuur, het duivelskind... 'en dat lapte mij dat', zei hij.
Onderwerp
SINSAG 0606 - Hexe als Vogel   
SINSAG 0623 - Der geweihte Schuss   
SINSAG 0608 - Andere Begegnungen mit Hexentieren.
  
Beschrijving
Een man die in Eisden werkte, moest elke avond te voet door de bossen naar Opglabbeek gaan. Elke avond kwam de man op een bepaalde plaats een kat of een oud vrouwtje tegen. Soms zaten er wel honderdduizend eksters in het bos, en wanneer de man dan om zich heen keek, zag hij de schim van een oude vrouw zonder hoofd. Op een avond had de man een geweer bij zich en schoot zesmaal naar de vreemde verschijning. Zijn geweer werkte echter niet. Omdat de man ten einde raad was, ging hij naar de kapelaan, die beweerde dat het allemaal inbeelding was. Na lang aandringen was de kapelaan toch bereid om één van de kogels uit het geweer van de man te zegenen. Toen de man die avond in het bos liep, haalde hij de trekker van zijn geweer over. Daarop hoorde de man een windvlaag, en enkele ogenblikken later stond het vrouwtje naast hem met de woorden: "Goedenavond, jij bent nog laat op pad." De man antwoordde niet, want hij herkende zijn buurvrouw.
Bron
R. Celis, Leuven, 1954
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (bree en omstreken)
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Neeroeteren   
Plaats van Handelen
Opglabbeek   
Eisden   
