Hoofdtekst
Te Noordschote, ’t brandde daar nu en ton in verschillende plaatsen, en ’t wos daar een hofstee. Ze han droeve honden up ’t hof, en diene zelfste nacht brandde d’hofstee heel plat en d’honden hingen upgehangen aan de barrieren. Da wos toch een kurieuze zake.
Beschrijving
In Noordschote had men laten weten dat een bepaalde boerderij zou afbranden. Op die boerderij had men nochtans gevaarlijke honden. Diezelfde nacht brandde de boerderij helemaal af. De honden waren opgehangen aan de hekken.
Bron
M. Reynaert, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (ieper)
158
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Houtem   
Plaats van Handelen
Noordschote   
