Hoofdtekst
’t Was vroeger, op Zandvoorde geloof ik, een hofstee en ’s avonds als de zonne onder was, kwamen d’r daar altijd twee geiten met een feteurtje (voituurtje) en ze draaiden rond ’t hof, en ze sprongen in de waterput met feteurtje en geheel den boel. En ’s anderendaags waren die geiten daar were, ze waren niet versmoord (verdronken). En alle navond was dat daar ’t zelfde.
Onderwerp
SINSAG 0333 - Spuktier erschreckt Wanderer (und begleitet ihn).   
Beschrijving
Bij een boerderij in Zandvoorde verschenen iedere avond na zonsondergang twee geiten die met een wagentje rondreden en daarna in een put sprongen. De volgende dag waren de geiten merkwaardig genoeg niet verdronken.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (kamerlingsambacht)
108
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Snaaskerke   
Plaats van Handelen
Zandvoorde   
