Hoofdtekst
‘k Hè nog gehoord dat er in de streke van Beselare naar Zonnebeke altijd een groot vrouwmens rondwandelde, jè koste heur hoofd niet zien, ’t zat olsan in de krune van de bomen, en zi wandelde zi daar olle navende een eure rond ‘k wete da nog omdat ‘k daar lange gevrocht (gewerkt) hèn.
Beschrijving
Tussen Beselare en Zonnebeke liep iedere avond een vrouw rond, die zo groot was dat ze met haar hoofd tot in de kruinen van de bomen reikte.
Bron
M. Reynaert, Leuven, 1965
Commentaar
1.2 Aardgeesten
west-vlaams (ieper)
15
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Mesen   
Plaats van Handelen
Beselare   
Zonnebeke   
