Hoofdtekst
Vader was van niet schouw (bang). Als ie ne keer nen avond naar huis kwam stond er ne groten zwarten hond voor hem. Ie was wel 2 meters lang en ie had ogen gelijk lantierens (lantaarnen). Thuis gekomen stond ie voor zijn deure. Vader ging soms bij peetse binnen. Peetse zei: “Dat is ne geest die daar rondloopt”. “Maar ‘k zal ‘k ik ne keer buiten gaan, derbinst kunde gij naar huis gaan.” Als peetse dan naar zijn huis ging, stond ie voor zijn deure, en hij kon niet binnen.
Onderwerp
SINSAG 0333 - Spuktier erschreckt Wanderer (und begleitet ihn).   
Beschrijving
Een man die ’s avonds naar huis kwam, zag een grote zwarte hond vóór zich staan. De hond was wel twee meter lang en had ogen als lantaarns. Bij zijn thuiskomst zag de man de hond voor zijn deur staan. De man ging dan maar naar het huis van een vriend, die zei dat de hond een geest was. De vriend vervolgde: “Ik zal even naar buiten gaan, zodat jij de kans hebt je huis binnen te gaan”. Toen de vriend daarna zijn huisdeur bereikte, stond de hond daar.
Bron
M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
74
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Nederbrakel   
