Hoofdtekst
Ich hêm dikkes geweten, bê ’t kaortspelen, dat as ze gaven, ze altijd iên kaort te kort kwamen, en as ze dan weêr telden, dan was ’t altêd zjust.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Een man die ging kaarten, had al vaak vastgesteld dat er bij het delen van de kaarten een kaart ontbrak. Wanneer men de kaarten dan opnieuw telde, klopte het aantal merkwaardig genoeg weer.
Bron
C. Ooms, Leuven, 1968
Commentaar
2.2 Tovenaars
limburgs (beringen en omstreken)
437
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Beverlo   
