Hoofdtekst
Een sterk verhaal verteld, hè? Generatie, eerste generatie, die zeiden altijd: "We zijn hier om te werken, en dan geld verdienen en dan oprotten." De bedoeling was één os, één gewone vierkante hectare grond en dan een dak boven je hoofd - dat is genoeg. Op het moment dat ik hier kwam en ondertussen heeft mijn vader al vijf tot tien jaar gewerkt en dan ik zei: "Pappa, is dat niet genoeg om nu terug te gaan?" Hij zegt: "Je bent net hier, man. Waar zeur je nou over?" Weetje? En toen zei hij: "Er zijn twee wegen. De ene weg die gaat naar de fabriek, de andere weg die gaat richting de Kanaalstraat, en daar staat de moskee." Toen dacht ik: dat is niet allebei wat ik wil. Ik wil scholing, ik wil studeren, weet ik allemaal niet. En dan... één ding zal ik nooit vergeten in mijn leven: op het moment dat ik naar school ging, dan zei een broer van mij, die mij daarbij ontzettend gesteund heeft - ik begon een beetje Nederlands te leren, een beetje te lezen etcetera. En dan...toen kwam heel veel papier in die tijd, vanuit de politie, vanuit allerlei instanties, op naam van mijn vader. En pappa zei dan tegen mij: "Bulent, zou je dat even lezen wat daar instaat?" Dat is voor mij juist het moment geweest om te zeggen: "Pappa, neem die brief even mee naar de imam, naar de leiding van de moskee, of de geestelijk leider, laat die deze brief even voor je lezen." En hij werd zo kwaad! Hij zegt: "Jij bent toch mijn zoon?" Ik zeg: "Ja, dat weet ik. Als het goed is wel. Maar het gaat niet omdat ik niet wil lezen. Het gaat erom dat je moet beseffen dat het studeren wel heel veel voordelen heeft!" Vanaf dat moment... vader was een tijdje kwaad op me geweest enzo... en dan nu nog steeds zegt 'ie: "Je bent een aparter kind dan de resterende kinderen van mij." Confronteren met zijn eigen gedrag, dat toch een bepaald positief effect zou kunnen hebben... En het is mij gelukt.
(Op 1 december 2000 verteld in Dienstencentrum West te Utrecht, Lombok)
(Op 1 december 2000 verteld in Dienstencentrum West te Utrecht, Lombok)
Beschrijving
De verteller vraagt zijn vader of er niet genoeg is gewerkt en of ze niet spoedig zouden terugkeren. De vader vindt dat nog te vroeg. De vader ziet twee wegen voor zijn zo'n: of naar de fabriek om te gaan werken, of naar de moskee. De verteller wilde echter studeren. Hij weigert zijn vader een brief uit te leggen; de vader moest daarvoor maar naar de imam gaan. Als hij niet mag studeren, dan kan hij ook niet lezen. De verteller wilde zo aantonen dat je met studeren vooruit kunt komen.
Bron
bandopname interview archief MI
Commentaar
1 december 2000
Naam Overig in Tekst
Bulent   
Naam Locatie in Tekst
Kanaalstraat   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
