Hoofdtekst
Iemand verdronken in voeierkuil; had iets geroepen.De onderpastoor van Achter-Olen zei dat. We hadden een plek aan de Kerk. Daar is een voeierkuil. Daar was ene verdronken, zei die onderpastoor.Ik zeg: "Och gij, daar wassen ze voeier."Die had iets geroepen, die in die voeierkuil zat. Wat dat [was], weet ik niet meer.
Beschrijving
De onderpastoor van Achter-Olen beweerde dat er iemand was verdronken in de kuil waar men het voeder waste. De verdronken persoon zou iets hebben geroepen.
Bron
B. Van Grieken, Leuven, 1965
Commentaar
1.1 Watergeesten
antwerps (westerlo en omgeving)
6
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zoerle   
Plaats van Handelen
Achter-Olen   
