Hoofdtekst
Beschrijving
In 1794 werden de paters 'Begarden'. Dat waren mannelijke begijnen. De paters waren zich rond 1460 komen vestigen in het klooster in Mariadal. Een pater die na de Franse Revolutie werd verjaagd, vestigde zich in de Stoopkensstraat in Hoegaarden, waar een 'gloriette' stond. Dat was een soort woning waar vergaderingen en orgieën werden gehouden. De plaats werd niet voor niets 'speelhol' genoemd. De pater plantte een boom vóór de ingang van de gloriette en maakte aan zijn familie duidelijk dat die boom nooit mocht worden omgehakt. Omstreeks 1900 was de boom echter rot, waardoor men toch besloot hem om te hakken en een jonge boom in de plaats te planten. Toen twee knechten de boom hadden omgehakt en de boomstronk probeerden los te wroeten met een spade, vonden ze tussen de boomwortels een pot vol goudstukken. De ene knecht wilde zwijgen over de vondst en het geld verdelen. De andere ging echter onmiddellijk naar binnen om te vertellen wat er was gebeurd. Intussen had de hebberige knecht al een keer in de pot gegraaid en wat goudstukken in de netels gegooid. Men heeft de goudstukken uit de pot met een schort naar binnen gedragen.
Bron
K. Vandenbosch, Leuven, 1991
Commentaar
4. Historische sagen
brabants (hoegaarden en meldert)
4C
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Begarden (mannelijke begijnen)   
gloriette   
Naam Locatie in Tekst
Hoegaarden   
Plaats van Handelen
Mariadal   
Hoegaarden   
Stoopkensstraat (Hoegaarden)   
