Hoofdtekst
’t Was daar ne man en hij had zere ogen. Hij komt aan een bos en door dat bos liep er een beek. Hij hoort geklapsel en hij dook weg in de bloemen om ’t horken. ’t Waren twee toverheksen en ze zeien: "Al de deze die zere ogen hebben en een gebroken nekke ze moesten ’t weten dat ze met dat water uit de beke zouden genezen zijn." Als ze weg waren kroop hij er uit en wast hem in dat beekske en ’t was gedaan. Hij kwam zijn kameraad tegen en hij had ook zere ogen en hij vertelde wat dat hij zelf gedaan had en hij zei daarbij: "Ge moet opletten dat ze u niet vinden of ze gaan uw nekke breken."Hij ging er naartoe, maar de toverheksen hadden hem gezien en hij was zijn nekke gebroken.
Beschrijving
Een man die pijnlijke ogen had, liep door een bos waar een beekje stroomde. Toen de man een geluid hoorde, verborg hij zich tussen de bloemen. Daarna zag de man twee toverheksen die zeiden: "Al wie pijnlijke ogen of een gebroken nek heeft, zouden eens moeten weten dat ze met het water van deze beek kunnen genezen!" Toen de heksen verdwenen waren, verliet de man zijn schuilplaats en waste zich met het water uit de beek. Daarna had de man geen pijn meer. Even later kwam de man een vriend tegen, die ook pijnlijke ogen had. De man vertelde aan zijn vriend wat hij moest doen om te genezen. Hij voegde er wel aan toe: "Zorg er wel voor dat de heksen je niet zien, want anders zullen ze je de nek breken!" De man werd echter toch door de heksen opgemerkt en zijn nek werd gebroken.
Bron
M. Sagaert, Leuven, 1955
Commentaar
7. Sprookjes
west-vlaams (zuiden)
121
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Denijs   
