Hoofdtekst
Dat was ’s avonds in de winter dat de weerwolven uitgingen met ketens op hen, om de mensen te martelen. Maar als ge ulder iets gaf, een geldstukske bijvoorbeeld, gingen ze voort.
Beschrijving
Tijdens winteravonden gingen weerwolven met hun kettingen op pad om de mensen te kwellen. Als men een weerwolf een geldstukje gaf, dan ging hij weg.
Bron
M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964
Commentaar
1.6 Weerwolven
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
490
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zulzeke   
