Hoofdtekst
De broer van me vader goenk op loerjacht (strooptocht) in een grote wei. Do hing zo enen houten brier en in ene keer hoorde ter (hij) iet met een ketting rammelen en toen zag ter het door de brier uitkruipen en dat rammelde maar. Maar mene nonk zat stil, gereed met 't geweer.
Beschrijving
Een stroper zag een vreemde verschijning met een ketting onder een slagboom kruipen.
Bron
W. Jackers, Leuven, 1958
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (bilzen)
144
Oom van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Hoeselt   
