Hoofdtekst
Jongen wordt door zijn eigen moeder tegen de zoldering getrokken.En Joke trokken ze van 't bed naar de zolder. Da was de Platte van Mieke de Kuiper en die mens kost nie uit de voeten. En Nelen aaien z'ook. Nele en de Platte sliepen bij mekaren. "Me moeder hee me vast!" zet ie. "Ligt gij is van veur, dan zal ik is zien wie da't is." Ze kwaam weer af en hij aai ze met de nek. "Ah", zegt ie, "nauw weet ik het wie het is", zegt ie. Hij gaat uit zijn bed en hij legt een kluppelvier aan. "Wa gade nauw doen", zegt ze. "Een kluppelvier veur ouw maken en 'k gaan e leefdig verbranden." "'k Zal ouw nooit niks meer doen", zegt ze. Da was zijn eigen moeder.
Beschrijving
Een man werd in zijn bed vastgegrepen door zijn moeder, die een toverheks was. Toen de man met zijn vrouw van plaats wisselde, slaagde hij erin de heks vast te grijpen. De man legde een vuur aan en dreigde ermee zijn moeder te verbranden. Daarop beloofde de heks niet meer te zullen terugkomen.
Bron
M. Van den Berg, Leuven, 1955
Commentaar
2.1 Heksen
antwerps (polders ten noorden van antwerpen)
189
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Stabroek   
