Hoofdtekst
Lucie D’haene van de Bambekemeulen, ze was zij maar een paar maanden getrouwd en heur vent moste naar ’t leger en zij heeft daar nooit nog tale noch teken van gehad en ze durfde benachte niet in heur bedde gaan. Zij vertelde dat: “Van als ik in mijn bedde zijn, dat is juste lijk etwien die mijn kele toesnoerde en mijn handen vastgreep”. Ze zeggen dat lijk etwien is die je dat geeft.
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
Een pasgetrouwde vrouw wiens echtgenoot in het leger was, moest iedere avond tot haar grote schrik alleen gaan slapen. Zodra de vrouw in haar bed lag, had ze het gevoel alsof haar keel werd dichtgesnoerd en haar handen werden vastgegrepen.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (franse grens)
122
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Haringe   
