Hoofdtekst
Ons kind teerde op. Wij gingen naar de paster; den dien zei: "Madamtje, ge moogt niet zo lange meer wachten". Ze zeggen dat ge er bijna geen macht meer over hebt als ze ’t aan ’t doodnijpen zijn. In de negende nacht van de belezing stierf het. De paster zei dat hij er vroeger nog overlezen had. Maar voor dat, was ’t te late.
Beschrijving
Een vrouw ging naar de pastoor met haar kindje dat helemaal uitgemergeld was. "Je had niet zolang mogen wachten! Als men je kind al aan het doodknijpen is, hebben de geestelijken er immers haast geen macht meer over!" sprak de geestelijke. Tijdens de negende nacht van de overlezing stierf het kind.
Bron
W. Van Houcke, Leuven, 1970
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (houtland)
578
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Aartrijke   
