Hoofdtekst
Mon Frutsaert, een beenhouwer, was door iedereen gekend lijk een wonderdokter. Je miek medicine voor de mensen en de beesten. En Fiel Buseré, een ouden cartan (paardeknecht), was soldaat binst den oorlog. ’t Peerd van den officier had de balgpijn. Je vroeg aan den officier: "Ziet je gij je peerdje geren”? "Ja’k”, zei den officier. "Moet’k het genezen”? vroeg Fiel. "Ja’g”, zei den officier. Fiel las entwadde en gaf dat peerd entwadde en ’t sprong op en ’t was genezen!
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Een beenhouwer kon medicijnen maken voor mensen en dieren. Een oude paardenknecht die tijdens de oorlog soldaat was geworden, kwam met het paard van de officier bij de wonderdokter. Het paard had namelijk balgpijn. De wonderdokter sprak één of andere formule uit en gaf het paard iets. Het volgende ogenblik sprong het dier kerngezond recht.
Bron
K. Erard, Leuven, 1966
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (ieper)
24
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Vlamertinge   
