Hoofdtekst
Beschrijving
Een man had veertien kinderen van wie er maar vier waren gestorven. Eén van de dochters had een ziekte waardoor ze op twaalfjarige leeftijd nog niet kon lopen. Men ging voor het meisje op bedevaart naar Strombeek. Daar aangekomen moest de vader het hemdje van het kind in een put gooien. Bleef het hemdje drijven dan zou het kind blijven leven; als het hemdje onderging, zou het kind sterven. Het hemdje bleef drijven. Twee of drie weken later was de moeder naar de markt geweest. Ze had koeken gekocht en sprak tot haar dochter: "Kijk eens, als je hier tot bij mij komt, dan mag je de dikste koek kiezen". Op die dag kon het meisje lopen.
Het meisje is nooit volledig genezen van de ziekte. Op 47-jarige leeftijd heeft ze nog een kind gekregen en dat is wellicht ook geen goede zaak geweest voor haar aandoening. De aders in haar benen moesten namelijk allemaal worden weggehaald.
Het meisje is nooit volledig genezen van de ziekte. Op 47-jarige leeftijd heeft ze nog een kind gekregen en dat is wellicht ook geen goede zaak geweest voor haar aandoening. De aders in haar benen moesten namelijk allemaal worden weggehaald.
Bron
N. Coremans, Leuven, 1977
Commentaar
2.2 Tovenaars
brabants (noord-west)
17F
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Nieuwenrode   
Plaats van Handelen
Strombeek   

