Hoofdtekst
Kindje betoverd.Op ne zekere keer was ons Stanske ziek. En 't kind was niet te sussen. Daarmee had ik het in mijn arm genomen, en opeens vloog dat kind tegen den plafond en terug in mijn armen. En zo wel ne keer of drie. Boven op de zolderkamer rammelde er ne ketel, van hier naar daar en die was niet te stillen. En ik wou met 't kind naar boven lopen, maar met geen geweld kon ik van mijn plaats weg.
Beschrijving
Een man nam een ziek kind in zijn armen. Plots vloog het kind tot tegen het plafond en vervolgens weer in de armen van de man. Dat tafereel herhaalde zich wel driemaal. Op de zolder kon men een ketel horen rammelen. De man wilde met het kind naar boven lopen, maar hij kon zich niet verroeren.
Bron
R. Aertsen, Leuven, 1953
Commentaar
2.1 Heksen
antwerps (noorden van de antwerpse kempen)
135
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Brasschaat   
