Hoofdtekst
Heel Glabbik is eens afgebrand. En tegen Engelen-Schuur daar hadden ze vuur gestookt, de auwelkes. En al brandde af als die niet. (sic)Als 'ne boer iets te werken had, en hij zei: 'Ik mocht lijen dat de auwelkes mij dat morgen gedaan hadden', dan was het gedaan.
Onderwerp
SINSAG 0083 - Das Haus des Freundes der Zwerge bleibt beim Brande verschont.
  
SINSAG 0063 - Die hilfsbereiten Zwerge arbeiten in der Nacht für die Menschen für Nahrungsmittel (Tabak, Geld)   
Beschrijving
Op een dag is heel Opglabbeek afgebrand. Enkel de schuur van de familie Engelen bleef gespaard, omdat de alvermannetjes daar een vuurtje hadden gestookt. De alvermannetjes deden 's nachts het werk van de boeren.
Bron
R. Celis, Leuven, 1954
Commentaar
1.2 Aardgeesten
limburgs (bree en omstreken)
Auwelkes stoken open vuur in hooi zonder gevaar van brand: variant (Louwel-Opglabbeek)
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Engelen   
Naam Locatie in Tekst
Opglabbeek   
Plaats van Handelen
Opglabbeek   
