FBECK0122_0123_143 - Stal behekst
Een sage (mondeling), 1947
Hoofdtekst
Gust W. uit Entbroek had eens een koe gekocht in Berlingen. Maar toen hij thuiskwam en hij de koe gemelkt had, was die melk niets waard, bijkans water en daar nog bloed in. Gust ging naar 't Menneke van Nieuwerkerken raad vragen. Die vroeg: 'Zijt ge geen vrouw tegen gekomen die aan uw koe geweest is met haar hand?' Eerst meende hij van niet maar toen zei hij: 'Ja, toch, toen ik de Keienberg afkwam met de koe, kwam daar een oud wijf, die van C., tegen me af en zei: 'Gust, waar hebt ge die schoon koe gekocht?' en terwijl had zij ze geklopt. 'Als ge niet gekomen waart, dan was uw koe kapot geweest', zei 't Menneke. 'Drie weken lang moogt ge niets, helemaal niets uitlenen, ge neemt een fles olie en daarmee gaat ge beevaart naar het H. Sacrament van Hasselt om ze te laten wijden en daarvan moet alleman in uw huis en ook de koe een lepel nemen. En ge neemt nog een fles en die zet ge vol 'zoon' op de schouw en als iemand u vraagt wat dat zeggen wil, dan moet ge antwoorden dat het hun niet aangaat. Zo zijn die mensen daar gevaren en na drie weken hadden ze schone boter van die koe.
Beschrijving
Gust W. uit Entbroek had een koe gekocht in Berlingen. Toen hij de koe gemolken had, bleek de melk echter niets waard te zijn: ze was waterig en bevatte zelfs bloed. Gust ging de tovenaar uit Nieuwerkerken om raad vragen. De tovenaar vroeg aan Gust: "Ben je geen vrouw tegengekomen, die de koe met haar hand heeft aangeraakt?", waarop Gust antwoordde: "Ja, toen ik met de koe langs de Keienberg kwam, kwam de oude vrouw van C. voorbijgewandeld en ze vroeg "Gust, waar heb je die mooie koe gekocht?". Ondertussen klopte de vrouw met haar hand op de rug van het dier." De tovenaar gaf Gust de volgende raad: "Drie weken lang mag je niets uitlenen. Je moet met een fles olie op bedevaart gaan naar het H. Sacrament in Hasselt. Alle bewoners van uw huis en ook de koe moeten een lepel van de gewijde olie drinken. Ook moet je een fles vol room op de schoorsteen zetten. Indien iemand vraagt waarom je dat doet, dan moet je antwoorden dat het hun zaken niet zijn." Gust volgde de raad van de tovenaar op. Na drie weken was de melk van de koe normaal.
Bron
F. Beckers, Leuven, 1947