Hoofdtekst
Peer gink no de pastoor en zee "’k hem twee zeuge van verkens kapot". De pastoor zei "herre geen gedacht?" "Jo", zei Peer. "Herre do veul van geleend?" vroeg de pastoor. "Jo, da meugde nemieje doen en as ze iet verom brengt, dan meugde ’t nie pakke en as ze brood brengt, dan moete ’t inne grond steke en nie van ete". En ’s anderendaags was ze al do mee een brood. Jo en die ken ik nog goe en da is één van Meerhout hie en as ik die zien, zijn ik do nog bang af.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Omdat in zijn stal twee zeugen waren gestorven, ging Peer te rade bij de pastoor. "Heb je geen idee wie de schuldige zou kunnen zijn?", vroeg de pastoor, waarop Peer antwoordde: "Jawel". Daarop zei de pastoor: "Je mag van die heks niets meer lenen. Als ze een brood komt brengen, dan moet je het begraven en er niet van eten". De volgende dag kwam de heks van Meerhout al een brood brengen.
Bron
M. Vankerkhoven, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
antwerps (grensgebied kempen-hageland)
618
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Peer   
Naam Locatie in Tekst
Vorst   
Plaats van Handelen
Meerhout   
