Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

TBERG0141_0142_22003

Een sage (mondeling), 2003-02-5 2003-02-5 (foutieve datum)

Hoofdtekst

29V’ En daar was een mis voor.28V’ En dan ben je ervan af.29V’ En ik was zo slim dat die naar de mis ging. En daar waren ze altijd aan het vertellen van medailles. En Fernanda, dat was zogezegd… Louis die heeft nog een broer en die woonde daarbij zogezegd.28V’ Ja, maar ze kon ze niet uitstaan.29V’ Nee, want die is ook moeten vertrekken, die is ook moeten vertrekken.28V’ Ik zeg: "Die haalt een kerstmisboom," zei ik, "maar tegen dat het kerstmis is, is die hier weg." En ik zei dat thuis tegen ons moeke. "Ja, dan is die hier weg," zei ze tegen mij. En ik wist het en zij wist het ook. En ze was begot (bij god) weg. En schoon versieren en al en het was gedaan.29V’ En dat was pertang (nochtans) een goed mens. Die kon dat niet uitstaan, die haar kinderen moesten bij een, bij haar, in haar nest zogezegd. Schoondochters heeft ze nooit kunnen uitstaan. En wij hebben daar van zijn leven geen frank… Want de mensen zeggen zo nu, nu zeggen ze: "Het is wel dat ze zo een schoondochter gehad heeft die 42 jaar gaan werken is." Het is feitelijk maar juist, want je hebt een dubbel leven feitelijk.28V’ We hebben nooit gevraagd dat ze ons Audrey moest houden. 29V’ Nee, dat heb ik ook niet gevraagd.28V’ Maar ze zei het zelf.29V’ Ah ja, ze moest een opvolger hebben.28V’ En ze heeft daar geleefd tot twaalf jaar.29V’ En nu dat medaille. En ik en Fernanda, wij waren zo twee kameraadjes. Allé kameraadjes, toch goed gebabbeld. En ik zeg: "Ga je mee deze avond naar de mis." 28V’ Dat was voor die ander.29V’ Dat was voor die ander, dat was voor Celine. En ik mijn medaille in mijn tas en we gingen op de achterste root (rij) zitten. En als die deur openging, dan loerde ik zo enige keren voor te zien of Celine en haar dochter nog niet binnenkwamen. En dan: ja, ze is daar. Celine ging van bezij (opzij) zitten en Maria van het zijaanzicht. "Kom Fernanda," ik zeg, "kom, we gaan daar achter zitten." Maar ik weet niet dat Fernanda daar feitelijk het fijne van wist. Dat geloof ik niet. Ik ging daar achter zitten, nam mijn medaille uit mijn tas.28V’ Die wist daar niks van, want die was gewoon meegegaan, dat ze niet zou alleen geweest zijn.29V’ En ik smeet dat op de grond en dan nog eens zo met mijn voet, dat dat onder haar stoel was zo. Ik zeg: "Nu wil ik er toch wel het fijne van weten." Want dat was een heel katholieke.28V’ Ja, maar die .. De ergste staan van voor.29V’ En nu in Rillaar, als je moet recht staan voor de offerande, dan gaat er zo een belletje zo.x Mmm.29V’ En dan staan wij allemaal recht. En die nam die andere stoel voor haar en die was aan het trekken met heel haar gewicht. Hmmm zo aan het trekken zo, en die geraakte niet recht. En Maria, die haar dochter, die zat daar neffe (naast). En die loerde naar mij altijd zo eens om zo, en ik zei elke keer een goedendag, zogezegd. Die zal dat ook raar gevonden hebben, dat die niet recht kon zo. En ik had daar echt, ja daar had ik nu eens echt plezier in. Want als ik dan recht stond en zij zat dan zo, ik hield die stoel dan nog eens vast, ik peisde (dacht): "Hier in de kerk kun jij mij toch niks doen," peisde ik in mijn eigen. En met de consecratie terug van hetzelfde. En niet recht geraken en alleman stond recht als dat belletje…28V’ Dat heb je nu al twee keren gezegd.29V’ Nee, de offerande heb ik gezegd. En niet recht staan. En daar had ik dan toch zo’n zin in, dat ik zo een smile op mijn gezicht had staan. En dan, de mis was gedaan. En toen zei de pastoor: "Kom en ga allen in vrede." En hij maakte een kruisje en "Ga allen in vrede."28V’ En die sprong recht.29V’ Die was het eerste buiten, omdat die pastoor dat zei.x Ja.29V’ Voila, dat is ook nog een verhaal. Met stukjes en brokjes kun je dat aaneen klodderenx Ja, dat lukt wel.

Beschrijving

Als een heks naar de mis ging, dan was ze van haar toverkunsten verlost.
Een vrouw werd altijd geplaagd door haar schoonmoeder, die ze van hekserij verdacht. De vrouw ging altijd werken en de schoonmoeder stelde voor om op de dochter van de vrouw te passen. Het meisje is bij haar grootmoeder geweest tot ze twaalf jaar was.
Toen de vrouw in de kerk zat en iemand zag binnenkomen, die ze van hekserij verdacht, schoof ze stiekem een medaille onder de stoel van de verdachte vrouw. Wanneer de pastoor met het belletje rinkelde, moest iedereen opstaan, maar de heks geraakte niet van haar stoel. Toen de pastoor aan het einde van de mis de zegen had uitgesproken, haastte de heks zich als eerste naar buiten.

Bron

T. Bergen, Leuven, 2003

Commentaar

2.1 Heksen
vlaams-brabants (groot-aarschot)
29V' en 28V'
memoraat

Naam Locatie in Tekst

Rilaar    Rilaar