Hoofdtekst
To Wulfs was d’r een kotje en o ze daar een kalf instaken was het dood ’s nuchtens.O die Tempeliers verdreven wierden, hèn ze al ulder geld en weerden (waarden) weggestoken in de wal. Z’hèn d’r achtre gezocht en z’hèn daar een kiste gevoenden. En o’t ne keer droge lag hèn ze de peerden d’r angeleid (aangelegd). Ze trokken de kiste d’r uut maar amenekeer vloekte de boever en de peerden wierden weregesnokt (teruggetrokken). En ze kosten ze nie zere genoeg losmaken.
Onderwerp
SINSAG 1266 - Das Heben des Schatzes. Schatzhebung misslingt, wegen Verletzung des Schweigegebotes.   
Beschrijving
In Ruddervoorde stond een boerderij met een put ernaast. Als men in die put een kalf stak, dan was het de volgende ochtend dood. Toen de Tempeliers verdreven werden, hadden ze al hun geld in een kist gelegd en in die put gestopt. Wanneer de paarden de kist naar boven probeerden te trekken, viel de kist telkens opnieuw in de put omdat de knecht zo vloekte.
Bron
P. Vandewalle, Leuven, 1968
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (o van houtland)
229
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Tempeliers   
Naam Locatie in Tekst
Ruddervoorde   
Plaats van Handelen
Ruddervoorde   
