STOP0203_0204_21156
Een sage (mondeling), 1964
Hoofdtekst
’t Wos e koeimarchand van Roeselare die van Brugge kwam want ’n had zijn koeien verkocht in Brugge. Enne ging hij gon rusten in d’herberge "’t Meiboomtje" in Zwevezele. Zo ze droegen toen nog e gordel wor dat z’ulder geld instaken. Een van de bende stelde voren van hem te vergezellen. Dat wos toen nog ol bus en e stieve slichte kleitestrate. T’e toen een van de bende hem vergezeld en hem toen vermoord. Enn’had hij e groten hoend mee, e bovier (herdershond). En dien hoend e zijn meester moeten helpen verdedigen en gesteken geweest. Die vint is bluven liggen want ne wos dood en dien hoend lag’s nuchtens dood an de deure in Roeselare. Wor dat die vint vermoord is, èn z’e kapelletje gezet up ’t grensgebied tusschen Lichtervelde en Koolskamp, Zwevezele en Lichtervelde of beter gezeid up den eerdeweg tusschen "de Meiboom" en "de Voerman", èn oede wijk tusschen Lichtervelde en Koolskamp. Mor terzelfdertijde wos de baas of de bazinne medeplichtig want z’hielpen zieder ook om die koeimarchand bezig t’hoeden.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Een koeienhandelaar uit Roeselare kwam terug van Brugge, waar hij enkele koeien had verkocht. De handelaar ging rusten in herberg ''t Meiboompje' in Zwevezele. Een man uit de herberg stelde voor om de handelaar op zijn weg naar huis te vergezellen. De handelaar wist echter niet dat die man een rover was. Onderweg werd de handelaar door zijn gezel aangevallen. De handelaar had echter een hond bij zich, die hem met succes verdedigde. De rover overleefde de aanval van de hond niet. De volgende ochtend lag de hond dood bij de deur van het huis in Roeselare. Er werd een kapelletje gebouwd op de plaats waar de rover was vermoord. Dat was tussen 'de Voerman' en 'de Meiboom' op het grensgebied van Lichtervelde, Koolskamp en Zwevezele.
Bron
S. Top, Leuven, 1964