Hoofdtekst
Framassons zien gasten die hun ziele verkocht hèn. Ze zien in nen bond en ne keer in de weke en moeten ze doa hundre moeilijkheden vertellen. Oet er een doeod gienk, wierd er niet van gesproken. Men zag ze niet begroaven en ze woaren weg. Men wist niet woareen. Ze woaren ollemolle rieke in nen korten tied.
Beschrijving
Framassons hadden hun ziel verkocht aan de duivel, waardoor ze in een mum van tijd rijk konden worden. De framassons waren bij een bond, die iedere week vergaderde. Iedereen moest dan zijn problemen vertellen. Als één van hen stierf, dan werd er over die persoon niet gesproken. De dode werd zelfs niet begraven, maar verdween op mysterieuze wijze.
Bron
R. Callens, Leuven, 1968
Commentaar
3.2 Vrijmetselaars
west-vlaams (tielt en izegem)
428
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Pittem   
