Hoofdtekst
Resten van een kleed.Er ging hier een meiske mee hare vrijer wandelen. Ze kwamen langs het bos en hij zei dat hij in het bos moest zijn. Een beetje later kwam er een weerwolf uit het bos en hij greep het meiske bij haar kleren vast mee zijn tanden. Ze begost te roepen en de weerwolf vluchtte in het bos. Haar vrijer kwam weer en ze vroeg hem waarom dat hij niet gekomen was als ze geroepen had. Hij zei dat hij niets gehoord had, maar ze zag de resten van haar kleed tussen zijn tanden zitten en ze wist rap wie dat er de weerwolf was.
Onderwerp
SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.   
Beschrijving
Een meisje uit Lede maakte een wandeling met haar geliefde. Op zeker ogenblik zei de jongen dat hij even in het bos moest zijn. Even later zag het meisje een weerwolf uit het bos komen, die zijn tanden in haar kleren zette. Het meisje begon te roepen, waarop de weerwolf wegliep. Toen de geliefde weer verscheen, vroeg het meisje waarom hij niet was gekomen toen ze had geroepen. De jongen antwoordde dat hij niets had gehoord, maar toen hij dat zei, zag het meisje dat hij de vezels van haar kleed tussen zijn tanden had.
Bron
P. Henderickx, Leuven, 1959
Commentaar
1.6 Weerwolven
oost-vlaams (tussen schelde en dender)
102
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Lede   
Plaats van Handelen
Lede   
