Hoofdtekst
I -En bijvoorbeeld van de maone bereden zijn, weet ge daar iets af?M -Van wat?I -Van de maone bereden zijn.M -Ja, dat heb ik nog allemaal zo een beetje gehoord van de vroegere tijd, als ge in uw bed lag, ik weet niet of het zo is dat ze het u verteld hebben, als ge in uw bed lag, moest ge uw kloppers gekruist onder uw bed zetten. Aan uw hoofdeinde, want ik deed dat ook altijd hé. I -En hoe moesten ze gekruist staan? Dus de ene naar daar gedraaid en de andere zo?M -Ik ôt (had) er twee, ik zette één (paar) aan mijn voeten gekruist en één aan mijn hoofd, onder mijn bed, maar nu van als ik hier slaap (in het rusthuis) ...I -Nu kunt ge dat niet meer doen?M -(lacht) En ze zeggen zij dat dat eigenlijk van de maone gereden was, zeggen ze zij dat ge daar een grauel (gruwel) ôt (had), dat ge daar schou van waart, dat ze u aan uw keel nepen, allez.I -Dat ze u trachten te versmoren?M -Ja, ja, dat, maar of dat dat wel waar was, of dat dat geen waar en was, dat weet ik niet, want daar heb ik niets van ondervonden.I -Maar ik heb horen vertellen dat dat is als uw bloed, als ge teveeel gegeten hebt, dat uw bloed niet meer goed rondloopt.M -Ja, ja, als uw bloed niet goed meer loopt. Stilstand van het bloed ja. I -Thuns (dan) hebt ge dat gevoel zo dat ge versmoord wordt in uw bed.M -Ja, ja, ja., maar dat wierd toch eigenlijk veel gedaan van die kloppers.I -Ja?M -Ah jaot ze (hoor)!I -En veel mensen in uw gebuurte dat gedaan.M -Dat waren allemaal oude mensen, bij de oude mensen wierd dat gedaan en ik heb dat ‘t onzent (bij ons) altijd gezien, bij mijn moeder. En bij ons, ik zeg nog zelfs als ik al getrouwd was, als ik al alleen woonde, deed ik dat nog, tot als ik hier gekomen ben.I -Nu kunt ge het niet meer doen?M -Ah, nee, ge doet dat niet hé, nietwaar, maar alle avonden stonden mijn kloppers, mijn sletsen azo.I -Over elkaar?M -Azo overeen en aan mijn voeten staan d’er nog een paar.I -Ge ôt (had) er twee?M -Ja,I -Eén aan uw hoofdeinde en één aan uw voeten?M -Aan mijn voeten.I -Alletwee gekruist?M -Alletwee gekruist, of dat dat iets deed eigentlijk, meebrengt of wat, allez, ik heb daar niets van ondervonden ik was ook azo nogal gemakkelijk voor zware dromen, waar dat ik verlegen van was en dat ge thuns (dan) azo iet zag ‘s nachts.I -En dat ge schou waart.M -Hé? nietwaar...I -Dat ge schou waart?M -Ja, dat ge schou wierd en zo precies een duisternis, dat mee botten (?, ogenblikken?) afkwam, ja, dat heb ik nog meegemaakt ze (hoor), dat heb ik nog meegemaakt en dat ge op uw bed zo precies zag een beest lopen, al onder ‘t deksel te zitten hé (terwijl je onder de dekens zat, gerundium), dat ge op uw bed zo precies zag met een keer een geit, een “giete” noemen wij dat met vier poten, ‘t zelfde van een schaap, kent ge dat? I -Een geit dus, ja, met horens en zo ...M -Jamaar, ge hebt er met grote horens in, dat zijn geiten dat, die azo koehoorntjes hebben, wel en ik heb nog geweten hé, dat ik zo al slapen aan, verschutste (schrok) en dat ik zo een schaap op mijn bedde zo zag stappen! Of dat dat wel waar was?I -En dat dat een spook was?
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
Wanneer men ging slapen, moest men zijn klompen gekruisd onder het voeteneinde van het bed zetten. Mensne die door de maar werden bereden, hadden het gevoel dat hun keel werd dichtgeknepen. In werkelijkheid hadden ze wellicht een stilstand van het bloed. Men kon de maar zien aankomen. Het leek alsof er een geit of een schaap met horens op het bed kroop.
Bron
C. De Winne, Leuven, 1999
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (groot-zottegem)
M2
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Herzele   
