Hoofdtekst
Ik zijn veur onze kleine is na Zevendonk achter Kasterlee tege Turnhout gerede. Do is ne pastoor, dieje do goe kon vanaf helpe. Mor dan moete ge een fleske mee water meebrenge en da aan dieje pastoor afgeve. Dieje pastoor ging dan mee de kerk in en dieje zei da ik no een beeld van ne heilige moest gaan zitten en dikwijls vergiffenis vrage en toen kreeg ik het heilig water mee en hij zee toen: "’t is al te laat mor neemt ’t toch nog mor mee". As ik thous kwam was onze kleine al dood.
Beschrijving
Een man ging voor zijn zieke zoontje naar een pastoor in Zevendonk. De man moest een flesje water meenemen en dat aan de pastoor geven. Vervolgens moest de man naast een heiligenbeeld gaan zitten en vergiffenis vragen. Daarna kreeg de man het heilig water mee naar huis. De pastoor zei: "Het is al te laat, maar neem het toch maar mee". Bij zijn thuiskomst stelde de man vast dat zijn zoontje gestorven was.
Bron
M. Vankerkhoven, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
antwerps (grensgebied kempen-hageland)
626
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Meerhout   
Plaats van Handelen
Zevendonk (Meerhout)   
