Hoofdtekst
Ich was ne kiêr tussen Neeroeteren en Maaseik aon ’t bos vaoren. Op een zekere plöts aon de beek stond dao e kruis. Dao hadden ze vruêger ne mins vermoord. Toen ich dao langs kwam, begost t’er iniêns iets langs mich op te loêpen. Ich had wel schrik mar ree gewoên voêts. Aon de meid van de minsen moê ich op logement was vertelde ich wat t’er gebeurd was en die zee: "Dao komt iets, mar ge moet ginne schrik hêmmen want ’t doet niks."
Onderwerp
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
Beschrijving
Een man die tussen Neeroeteren en Maaseik aan het werk was, zag een kruis staan op de plaats waar vroeger iemand was vermoord. Toen de man voorbij die plaats kwam, voelde hij iets langs zich heen lopen. 's Avonds vertelde de man aan de mensen bij wie hij logeerde, wat hij had meegemaakt. Daarop antwoordde men: "Daar komt inderdaad iets, maar je hoeft niet bang te zijn, want het doet niets".
Bron
C. Ooms, Leuven, 1968
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (beringen en omstreken)
201
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Beverlo   
Plaats van Handelen
Maaseik   
Neeroeteren   
