Hoofdtekst
De doakèèrse, de menschen woaren do benowd van. Ze peisdenh da’t ton gienk toveren roend under hof. Mo da was ol deugnieterieë.
Beschrijving
De mensen waren bang wanneer ze doodkeersen zagen. Ze geloofden dat het een voorteken was van toverij. In werkelijkheid waren doodkeersen het werk van grapjassen.
Bron
M.-R. Nijsters, Leuven, 1969
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (nw van houtland)
47.4
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Gistel   
