Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CDEWI0626_0628_32279

Een sage (mondeling), zondag 17 mei 1998

Hoofdtekst

II -Maar ze leeft nog?27 -Ja, ja, maar onze Yvonne haar Kamiel die heeft er al veel afgelezen, ze (hoor).I -En hoe heette die?27 -Vuyst Kamiel. I -Maar dat is eigenlijk niet slecht hé, allez, ik bedoel, die mensen, zelfs al staat ge bekend als aflezer, een aflezer is meestal een goede hé.27 -Ah ja.I -Allez, ik bedoel als ge als toverheks te boek staat, dat is iets erger, want dat ...27 M -Want kijk, mijn moeder die kon zo goed, als ge brandwonden ôt (had), als ge nu neig verbrand waart, ge weet wel hé, gelijk van, nu is dat zo niet meer, maar gelijk vroeger van heet water, moesten ze nog de ketels heten (verwarmen) voor eerst hun loog in te maken en dan stampten ze dat voor dat te weken en dan weer heet water met zo een ding voor te draaien en als ge ... (Echtgenoot Georges Helderweert komt binnen, mijn vader begroet hem.) II Ha, meester! We zijn uw vrouw aan het interviewen ...27 -En hier is al grote dochter, jong !(Ik begroet hem.)27 -En zij kon dat, zè, jong, zo grote wonden, anders die schroefden dat en konden d’er zo grote ...(onverstaanbaar)II -Ah,ja ‘t is allemaal een weten hé. Met dingen misschien met kruiden of iets ?27 -Niet, niet, allemaal spijtig, héI -En die lazen daarover, zo ? Dat was een speciaal gebed of zo ?27 -Ah ja, dat zal wel, hé . Dat ge geen letsels en ôt (had) hé, want ja, als ge verbrand zijt. Nu is dat allemaal ah ja, ze lopen ermee naar Neder Over Heembeek om daar af te steken, die brandwonden. Andere stukken vel en vlees op U, hé, maar ...II Maar zij niet?27 -Maar zij niet, nee en een soort zalf, maar ik heb niet geweten, hé Georges jongen, mijn moeder haar zalf voor brandwonden. Ze maakte er voor velen, zé, een mens is altijd ...II -maakte ze dat zelf ?27 -Jaja !II -Maar dat moet toch van planten geweest zijn.27 -Ah, bah,ja jongen, en van kaarsjes. Vroeger streken ze zo de hemden, zij toch, de witte hemden zo om mooi te blinken, ik peins dat ze van die vetkaarsen ook bezigden, maar ze bezigden er nog, en dan, als dat vel daaraf was, dat droogde op doordat ze dat met iets belezen of gedaan hadden ( spreekt niet zo duidelijk), en dat moest dan “geschrobd” werden zo hé dat dat dood vel daar af kwam en dan die zalf op. Ge zag gij niets meer, jong ... maar dat is allemaal spijtig hé.II -Ah ja, ‘t is spijtig dat de mensen dat allemaal zijn vergeten, hé ... 27 -Dat ge dat niet en vraagt hé.I -Ja, maar meestal willen die dat toch niet zeggen, de meeste aflezers ...II -Maar toch, aan hun eigen kinderen zouden ze het toch willen zeggen.I -Ja, dat is niet waar!II - ‘t Moet toch een ‘t overpakken.I -Want ik heb een informant, hé en die heeft ik weet niet hoe lang gezaagd, hij en zijn zus, en zijn vader was een aflezer en die wou dat niet doorgeven.27 -Hé jong, (tot haar echtgenoot) wat Kamiel kon, onze Yvonne haar Kamiel kon wreed goed goed wreed warten aflezen, maar kijk, zie, hij heeft een dochter.II -En ze heeft het hem niet gevraagd of hij heeft het niet willen doorgeven of zo?27 -Ze heeft dat g’heel zeker niet gevraagd hé.I -En hebt ge nooit zo gehoord van Slokkepier en andere dingen die de mensen vertelden om de kinderen schou te maken?

Beschrijving

Een vrouw uit Grotenberge kon brandwonden genezen door ze te overlezen.

Bron

C. De Winne, Leuven, 1999

Commentaar

2.2 Tovenaars
oost-vlaams (groot-zottegem)
27M
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Grotenberge    Grotenberge   

Plaats van Handelen

Grotenberge    Grotenberge