Hoofdtekst
Enen van Nederhasselt had ne keer in ’t kot gezeten van een vrouw die ne valsen eed …., en die man had er voren in ’t kot gezeten. En die vrouw en kost niet sterven. En als ze daar een week drie of viere gelegen had voor te sterven en dat ze niet en kost ging er hij naartoe en hij vergaf het haar hé en een half uur daarnaar was ze dood!
Beschrijving
Een man was naar de gevangenis gegaan door een vrouw die meineed had gepleegd. Toen die vrouw al drie of vier weken op sterven lag, ging de man naar haar toe om haar vergiffenis te schenken. Een half uur later was de vrouw dood.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (denderstreek)
507
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Appelterre-Eichem   
