Hoofdtekst
I En het was zeker ook ‘dèks’ zo dat paters vroeger de beesten moesten gaan zegenen?30 Hoe?I Dat de paters moesten komen om een huis te zegenen of de beesten of zo?30 Zo, ja.31 Dat werd gedaan.30 Dat ze de stallen kwamen zegenen omdat er zoveel ongelukken waren?Y Jaja. Dat wordt nu soms nog gedaan, hé. Dat heb ik toch gehoord.I Dan zeiden ze van dat de stallen of de beesten zijn bespookt of behekst…Zeiden ze dat dan?28 Vroeger, over vijftig jaar, als toen een mens een nieuw huis bouwde, werd de pastoor ook geroepen om te zegenen. [instemmend gemompel].
Beschrijving
Wanneer men een nieuw huis had gebouwd, liet men de pastoor komen om het huis te zegenen.
Bron
H. Schoefs, Leuven, 1996
Commentaar
limburgs (groot-riemst)
28Q 440
Omstreeks 1950 (en vroeger)
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Vlijtingen   
