Hoofdtekst
Mijn moeder ed in e plekke gediend bij Karel Sys van Esen, die wêware (weduwnaar) wos. Z’èn zieder oltemets geweest, zij en de koeiwachter, nor de zolder om boeken of ’t halen en ze kregen hem niet meer boven. En ze zweetten en ze moosten (wroeten, foefelen, futselen). En je kwam erup otten werekeerde en ze woren gered. Z’e dikwils verteld dat d’horlogen en de telloren die an de meuren hingen en dat olles die in huus wos, dat ’t ol ruttelde. Ze wos zij gepijnd en ze zei dat ze ging voortgon mor je zei: "Je moet niet meer gepijnd zijn" en ’t gebeurde toen nieten meer mor elders wel.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
In het huis van een weduwnaar spookte het erg. De borden en klokken die aan de muur hingen, rammelden.
De knecht en de meid die voor de weduwnaar werkten, gingen op zekere dag de boeken van de man halen op de zolder. Toen de boeken daar waren weggehaald, werd alles weer normaal in huis.
De knecht en de meid die voor de weduwnaar werkten, gingen op zekere dag de boeken van de man halen op de zolder. Toen de boeken daar waren weggehaald, werd alles weer normaal in huis.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
2.3 Toverboeken
west-vlaams (vrijbos)
159I
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Karel Sys   
Naam Locatie in Tekst
Zarren   
