Hoofdtekst
En we hadden ne keer een zooi vigges (biggen), en daar was daar een viggen bij die van voren tot halverwegen schoon klaar was, gelijk ’t moest zijn, maar van daar af was dat groen en blaut. En ne pater kwamp daar naar zien; en weer overlezen en dan zei hij: “dat is te ver gekomen, dat zal sterven, maar van d’andere en zal er geen een meer af sterven.” En ’t was alzo ook. En we hadden dat op ene die nu en dan ne keer op kwam.
Beschrijving
Op een boerderij had men een big die er aan de voorzijde normaal uitzag, maar aan de achterzijde een groene en blauwe kleur had. Toen een pater de big kwam overlezen, zei hij: “Dat is al te ver gekomen. Deze big zal sterven, maar van de andere zal er geen meer sterven”. Zo was het ook.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (denderstreek)
357
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Aspelare   
