Hoofdtekst
Ja, vroeger waren der vele toveraars en dat ging over op de jongsten van de familie – ’t mochte ‘ne jongen of ’n meiske zijn – ’t was altijd den jongsten van de familie die ’t kreeg en de anderen kosten niets.Maar dat was vroeger verboden om bij toverpeties of tovermeties te rade te gaan, want: ze hadden God afgegaan en ze zijn aangesloten bij den duivel.Ja maar, dat zit raar ineen zulle, want ’t is dus allene den jongsten van de familie die kan toveren, en hij heeft allene macht, en hij kan, allene maar de jongsten van ’n familie, betoveren.En in ’n familie van toveraars koste ge schone zien of dat er nog gingen jongens bijkomen of niet: als ze één hadden die koste toveren, wisten ze dat er geen kinders meer gingen ter wereld komen.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
In Kaster woonden vroeger veel tovenaars die hun toverkracht doorgaven aan hun jongste zoon of dochter. In de familie van een tovenaar kon men altijd voorspellen of er nog kinderen zouden bijkomen. Als één van de kinderen al kon toveren, zou er geen kind meer bijkomen. Bij tovenaars of tovenaressen mocht men niet te rade gaan, want dergelijke mensen gingen om met de duivel en hadden God afgezworen.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (tussen schelde en leie)
453
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Kaster   
Plaats van Handelen
Kaster   
