Hoofdtekst
Beschrijving
Een man die in de herberg zat te kaarten, begon om middernacht te zweten. De man moest dan op pad gaan om te spoken en de mensen bang te maken. De man was zichzelf dan niet meer meester en had glinsterende ogen. Hij gooide regelmatig iemand op de grond, maar hij doodde niemand.
Bron
G. Degeest, Leuven, 1960
Commentaar
1.6 Weerwolven
brabants (hageland)
215
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Bunsbeek   
