Hoofdtekst
I -En hebt ge nog gehoord van de maar? De maar dat is zogezegd een heks die op u kruipt ’s nachts als ge in uw bed ligt en u tracht te versmoren zo.15 -In een droom? Neen, nee.I -Dat ze zo soms zeggen, ze verklaren dat dan door een stilstand van het bloed of zo. Hebt ge daar zo niets van?15 -Nee, nee, en dat ge moest koersen als ge ligt te dromen? Is het dat? Dat heb ik hier al dikwijls gehoord hé : “Oh, ik heb hier een droom gehad! En ik heb moeten koersen, koersen en ik kon niet koersen. En moe dat ik was!” zeiden ze, ja, dat ze er achter zaten hé. Dat heb ik al gehoord, maar ik ben geen dromer hé.I -En van terugkerende doden, hebben sommige mensen daar al iets van verteld?15 D -Ah ja, dat zeggen ze ook allicht hé, “Pas op dat hij niet weerkeert uit zijn graf!” ziet ge het, ik ging, wacht ze (hoor), was het over vijf jaar? Nee, of over hoe lang is het? Zeven, acht jaar, ging ik naar een begrafenis van een familiant hé en we waren daar allemaal met familie en die familiant, mijn nicht haar man wierd verbrand hé, dat was in Mechelen en we gingen dan ondertussen gaan eten en als ze met het lijk, allez, met de asse daar weer waren, wierden wij geroepen en moesten we allemaal mee naar het kerkhof hé en wij volgeden mee te voet, als we aan het kerkhof waren, eerst met de auto’s en dan te voet op dat kerkhof hé, en ik met een familiant bijeen en de anderen waren en ‘t lagen daar hoopjes, maar dat was waar dat ze de asse daar uitstrooiden, zag ik daar hoopjes liggen van aarde hé en ‘t vraagt daar een familiant aan mij : “Wat is dat?” en ik zeg : “Dat is een die weerkeert.” zeg ik en ‘t was een mol die wroette. (gelach) dan hebben ze daar lopen lachen hé, ik zeg : “Die keert hier weer! zei ik, “’t begint te wroeten.” en ‘t was een mol. Wij hebben leute gehad,we hebben anders niet gedaan als lachen, het gaat nog mee hé.I -Maar hebt ge nooit niet gehoord van een dode die zogezegd terugkwam omdat hij nog iets moest doen of zo, dat hij iemand bedrogen had en dat weer moest goedmaken terug, wierd er zo niets ...?15 -Ah, ja, dat die mensen dat zeiden, vertelden?I -Ja.15 E -Ah, ja, ja, ‘t was ene en die ôt (had) wacht een keer, ze ôt (had) in haar portefeuille, haar man was gestorven en euh, “Dat was een brave, dat was een brave!”, ah als hij al een tijdje begraven was, “Potverdomme” zegt ze, “Hij stak altijd zijn geld in dat kostuum” zeg ze, “en van tien negenen zit dat d’er nog in.” Ze vond zijn geld niet meer hé en ze deed dat ontgraven hé, ze vroeg dat en chance, ‘t geld zat er nog in, maar vochtig hé, kapot hé.I -Ze heeft het niet meer kunnen gebruiken dan?15 -Ja, ja, ze heeft het nog kunnen gebruiken hé.
Beschrijving
Een vrouw ging naar de begrafenis van de echtgenoot van haar nicht. Toen het gezelschap na de maaltijd naar het kerkhof ging, lagen daar hoopjes zand. Toen iemand vroeg: "Wat is dat?", antwoordde de vrouw: "Dat is een dode die terugkeert". In werkelijkheid waren het molshopen.
Bron
C. De Winne, Leuven, 1999
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (groot-zottegem)
15D
Omstreeks 1990
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Zottegem   
