Hoofdtekst
Meid doet kabouters verschijnen.‘t Gaat over dokter Bouckaert van Deerlijk, ne veterinaire, nen dokter dus. Die man had den name van toverheksen in dien tijd af te zweren en der de vreze op te jagen; ie was nie gegeneerd as ie ene tegenkwam op de strate, van hir e sermoen toe te dienen, waardan ’t d’ander mensen hoordegen.Nu, ne zekere Zondag werd ie naar de stal geroepen en gaat ie daar naartoe, naar de noene, te peirde, ’t was een ure ’n half van huis. Ie had nogal een kurieuse meid, ’t was ne jonkman, nen oude jonkman en ie zegt hir in ’t weggaan, dat ze wel kan oppassen dat ze niet aan zijn boeken komt, dat z’alles met ruste laat. Maar hij zal waarschijnlijk nie lang weg geweest zijn as ze toch maar in een openliggend boek op zijn werktafel aan ’t lezen ging. Achter een klein tijdje, het was een groot boerenhof, waar dat ie weundege, waren de koeien ontbonden in de stal, en werd alles het onderste boven gekeerd en da waren allemale kleine mannekes mee e rood mutske, ontelbare dien al da werk deden, van alles te doen en om te keren da nie moest zijn. Enfin, ’t was der nen echten heksenketel. Dokter Bouckaert onder zijnde, werd gedwongen terug te keren, hij voelde dat aan. Hij reed zijn paard dood; en thuis gekomen zijnde, zag hij dat alles mis was. Hij nam ’t eerste, ’t beste wat in zijn handen kwam, een halve zak haver en stortte hem op de mesthoop en op één twee drie waren alle korrels terug in de zak, daarna neemt hij een zak of halve zak lijnzaad, en giet dat over een houtmijt met hetzelfde resultaat. Vlucht in huis nadien, gaat de kelder in en giet twee grote kommen zoete melk in de karnemelkkuip. Ogenblikkelijk was ’t kwa bezworen, niets aan te doen. Dan, terug gelezen achteruit hetgeen de meid voorwaarts of omgekeerd had gedaan, natuurlijk. Afgelopen, ’t was opgelost.
Onderwerp
SINSAG 0751 - Der Zauberlehrling.   
Beschrijving
Een veearts uit Deerlijk had macht over toverheksen. Op een zondag moest de veearts te paard naar een boerderij. Bij zijn vertrek drukte de veearts zijn meid op het hart dat ze tijdens zijn afwezigheid niet in zijn boeken mocht kijken. De meid begon echter toch te lezen in een boek dat open op de werktafel lag. Even later waren alle koeien in de stal losgemaakt en lag alles in huis overhoop. De wanorde werd veroorzaakt door kleine mannetjes met rode mutsjes. Onderweg voelde de veearts instinctief dat er iets aan de hand was. Hij maakte snel rechtsomkeert en reed zijn paard dood. Bij zijn thuiskomst goot hij een halve zak haver over de mesthoop. Enkele seconden later waren de korrels echter al terug in de zak. De veearts gooide een zak lijnzaad over een houtmijt, maar ook dat was geen probleem voor de kleine mannetjes. De veearts haastte zich naar de kelder en goot twee kommen zoete melk in de kuip met karnemelk. Vervolgens las de veearts de tekst die de meid had gelezen, nog een keer achterstevoren, waarna alle problemen waren opgelost.
Bron
A. Desmyter, Gent, 1955
Commentaar
2.3 Toverboeken
oost-vlaams (zuiden: bevere en oudenaarde)
1
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Bouckaert   
Naam Locatie in Tekst
Bevere   
Plaats van Handelen
Deerlijk   
