Hoofdtekst
A A.: Er was een vrouw in 't dorp die zo veel van die verhalen vertelde. 'k Heb er veel gehoord.Ik: Waren er veel mensen die echt in al die verhalen geloofden of was dat meer in de tijd van uw moeder?A.: Ja, in die tijd meer. Wat ge wel had, was dat ge iets zag zodat ge zei: "Dat is een heks."Ik: Als scheldwood dan?A.: Neen, dat ge dat dacht, dat dat zoiets was.Ik: Zo een rare.A.: Een rare, ja. Ze zeiden dan: "Dat is een heks." D'er was er zo ene, en die was altijd zat. En die ging naar huis op een keer en die kwam aan een tweesprong. En ze hebben dan iets met hem gedaan, deugenieterij hé. En die zei altijd tegen dat kruis (op de tweesprong): "Goeienavond, lieven Heer." En die kwam op een avond aan dat kruis en zei: "Goeienavond, lieven Heer." Zei dat kruis: "Goeienavond, zatte peer." En die verschoot, schoot op een loop, hij heeft van zijn leven niet meer zat geweest.Ik: Een goedkope manier om het af te leren.A.: Maar dat zijn maar vertelselkes.Ik: Ja, da's natuurlijk geen echte toverij.A.: Maar ze vertelden dat. Die had van niks schrik, zo zei hij. Zo reed hij eens voorbij een hoeve en er sprong een kat in zijn nek. Maar dat was niks toverij zenne. Maar van 't verschieten van die kat, dat doet vies zoiets. Maar daar zat dus niks tussen. (toverij)ik: En die Mie (Mie Celis) vertelde dat allemaal.A.: Die vertelde veel.Ik: En had die dat allemaal zelf gehoord of denkt ge dat ze ook dingen verzon?
Beschrijving
Een dronken man kwam op weg naar zijn huis altijd voorbij een tweesprong, waar hij tot een kruisbeeld sprak: “Goedenavond Lieve Heer”. Op een avond hoorde de man daar een stem bij het kruisbeeld antwoorden: “Goedenavond zatte Peer”. De man schrok en liep ontnuchterd weg.
Bron
H. Schallenbergh, Leuven, 2000
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
antwerps (mechelen en omstreken)
4A
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Mechelen   
