Hoofdtekst
Overtijd in de hagen, ’t plakten daar brokjes schuim. En als me dat zagen, me zeien: ’t heeft hier een toveresse gepasseerd.Als ze niemand [t]egen kwamen (ontmoetten), ze deden dat toen alzo.
Beschrijving
Wanneer ergens een heks was voorbijgekomen, kon men brokjes schuim in de haag zien hangen.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (franse grens)
184
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Haringe   
