Hoofdtekst
Heks betovert eigen zoon.Hier in de Oude Baan daar heeft ook nog een heks gewoond: Pita Van Ginderen. Haar eigen zoon zei dat 't een echte toverheks was. De pastoor heeft er twee dagen bijgezeten en twee dagen hard gezweet. Nu hebben ze een lijkwagen maar vroeger wierden die gedragen. Toen sloeg ze nog op de kist maar de vrouwen wouden ze opendoen, maar daar waren geestelijken bij. "Nee, nee, wijder dragen". Dat is echt waar. Haar eigen zoon die ze aan 't eind heeft gebracht, die heeft het zelf verteld. Dat is de laatste toverheks geweest van de gemeente. De spoken zijn weggedaan over 100 jaar. De toverheksen hebben ze weggedaan sedert 50 jaar en dees is 75 jaar geleden. Die vrouw die nog op de kist klopte, die heeft haar eigen zoon betoverd en die zijn vrouw. En van het ogenblik dat ze naar dat huis van die zieke vrouw ging, riep die zieke: "Ze komt weer, ze komt weer." Ne geestelijke heeft ze overlezen. En nen boer die had 's nachts naar de weide geweest en was die toverheks tegengekomen. "Wel, wel, Pier, nu heb ik afgezien". Ze was vuil van de modder en 't slijk. "Dat moet ik, dat moet." Dat was den duvel. De pastoor wou die verlossen en dat vocht tegen een. En den duvel wou laten zien dat hem sterker was. Die toverheksen kregen al wat ze wilden maar dan moesten ze de goede mensen kwaad berokkenen.
Beschrijving
In Essen woonde een toverheks. Toen die heks op sterven lag, bleef de pastoor twee dagen bij haar zitten tot hij helemaal bezweet was. Toen men de doodskist van de heks droeg, sloeg de heks nog tegen het deksel. De vrouwen die de kist droegen, wilden het deksel optillen, maar de geestelijken zeiden: “Neen, neen, verder dragen”.
Die heks was de laatste die in Essen heeft gewoond. Ze zou ooit haar zoon en haar schoondochter hebben betoverd. Toen een boer de toverheks ’s nachts tegenkwam, zag hij dat ze helemaal vol modder hing. Het was de duivel die haar dat aandeed. Toverheksen kregen alles wat ze wilden, maar in ruil daarvoor moesten ze goede mensen kwaad berokkenen. De spokerij is honderd en de hekserij vijftig jaar geleden verdreven.
Die heks was de laatste die in Essen heeft gewoond. Ze zou ooit haar zoon en haar schoondochter hebben betoverd. Toen een boer de toverheks ’s nachts tegenkwam, zag hij dat ze helemaal vol modder hing. Het was de duivel die haar dat aandeed. Toverheksen kregen alles wat ze wilden, maar in ruil daarvoor moesten ze goede mensen kwaad berokkenen. De spokerij is honderd en de hekserij vijftig jaar geleden verdreven.
Bron
R. Aertsen, Leuven, 1953
Commentaar
2.1 Heksen
antwerps (noorden van de antwerpse kempen)
142
Omstreeks 1975
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Essen   
Plaats van Handelen
Essen   
