Hoofdtekst
Do waandelde eens een vrouw deur het deurp. Do loep altaid een grote zwatte kat nèven heur op. Dai kat sproong de hele taid tussen heur bein in. Dat moes zjeiker een heks zin want dai vrouw hoa een grote maach en de minse wisten nie van bo dai maach koem.
Beschrijving
Een vrouw die door het dorp wandelde, werd de hele tijd gevolgd door een grote zwarte kat. Die vrouw moet een heks zijn geweest.
Bron
R. Jageneau, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (borgloon)
317
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Guigoven   
