Hoofdtekst
Me moeder èt dikkerst rare dieng(en) verteld. Heur voader gienk gon peuren (paling vissen). Ut ie etwa vangde, vloog ’t were in ’t woater. Da was de woaterduvel die da dei. In ’t werekeren durfden nie achter hem kieken omda de woaterduvel mè ketens achter hem zaat.
Beschrijving
Een visser werd geplaagd door de waterduivel. Telkens wanneer de man iets had gevangen, gooide de waterduivel de vis terug in het water. Op zijn weg naar huis durfde de visser niet achterom te kijken omdat hij hoorde dat hij door de waterduivel met zijn kettingen werd achtervolgd.
Bron
M.-R. Nijsters, Leuven, 1969
Commentaar
1.1 Watergeesten
west-vlaams (nw van houtland)
99.1
Grootvader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Oudenburg   
