Hoofdtekst
In Egem was da ne keer in een huis. En ’t was daar ne keern en vroeger de keerns hân een wiel da gedraaid werd deur n’een hoend en ip ne zekere nuchtend hoeng da wiel te draaien aan de zoldertrap en ’t koste niemand peinsen hoe dat da wiel daar geraakt was, van ’t koste (kon) deur geen één deure dat ’t zo groot was. En ’t hèn daar veel mensen geweest voor daarnaar te kijken.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
In een huis in Egem stelde men op een ochtend vast dat het wiel van het botervat aan de zoldertrap hing te draaien. Niemand wist hoe dat wiel daar was geraakt, want het was zo groot dat het door geen enkele deur kon.
Bron
P. Vandewalle, Leuven, 1968
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (o van houtland)
228
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zwevezele   
Plaats van Handelen
Egem   
