Hoofdtekst
Mijn moeder woonde op klaveren Haas en die ging altij nor d’eerste mis in de winter en zaa dan e keerske bij heur. Na wier da keerske op één of andere wijze uitgedoofd en ze gerokte niemier van den akker af waar daze op was.En toen kwam er ne vent tege en die vroeg naar waar gaat gij? En ze zaa noar de vroegmis. Moar toen zee hij ga moar noar huis, d’hoogmis is al uit.
Beschrijving
Een vrouw had de gewoonte om ’s winters met een kaarsje in de hand naar de vroegmis te gaan. Op een dag was het kaarsje van de vrouw echter uitgedoofd, waardoor de vrouw in een akker belandde en zich niet meer kon oriënteren. Toen er een man voorbijkwam, die vernam dat de vrouw naar de vroegmis wilde gaan, antwoordde hij: “Ga maar naar huis, want de hoogmis is al afgelopen”.
Bron
H. Verherstraeten, Leuven, 1970
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (noordelijk waasland)
13
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Beveren   
